Referaat

Analyse van vegetarisme bij mr. J.P. de Vries in Ferdinand Bordewijks kortverhaal

approveDeze opdracht is geverifieerd door onze leerkracht: 15.01.2026 om 19:42

Type huiswerk: Referaat

Analyse van vegetarisme bij mr. J.P. de Vries in Ferdinand Bordewijks kortverhaal

Samenvatting:

Bordewijks verhaal toont hoe trauma’s iemands eetgedrag bepalen; niet ethiek, maar angst ligt aan de basis van het vegetarisme van mr. de Vries.

Inleiding

Het kortverhaal _Het vegetarisme van mr. J.P. de Vries_, geschreven door Ferdinand Bordewijk en gepubliceerd in 1984 in de bundel ‘De korenharp’, is een intrigerend werk binnen de Nederlandstalige literatuur. Wat meteen opvalt, is het aparte onderwerp: de ommekeer naar vegetarisme bij een ogenschijnlijk nuchtere advocaat. Het verhaal, hoewel pas in de jaren tachtig gepubliceerd, draagt een duidelijk ouderwetse sfeer met zich mee door Bordewijks typische stijl en archaïsche spelling. Dat wekt niet alleen historische nieuwsgierigheid, maar maakt de lezer ook scherp om de diepere motivaties achter de gedragingen van de hoofdpersonages te doorgronden.

Mijn motivatie om dit boek—anders een eerder onbekend verhaal voor velen—toch te kiezen, ligt in mijn persoonlijke interesse in voeding, ethiek en de motieven waarmee mensen hun eetgedrag aanpassen. Bovendien spreekt de Vlaamse en Nederlandse leefwereld, waarin eten en gewoonten vaak samenkomen in familiale en juridische contexten, mij erg aan. Ook de typische korte maar krachtige vertelstijl van Bordewijk had ik al leren kennen via _Bint_, wat mijn nieuwsgierigheid prikkelde: hoe vertaalt hij thema's als voedingskeuze en morele paniek in een novelle?

In deze essay geef ik eerst een korte schets van wie Bordewijk was en hoe zijn achtergrond het verhaal beïnvloedt. Daarna vat ik het verhaal kort samen, gevolgd door een grondige analyse van de belangrijkste thema’s en motieven. Vervolgens bespreek ik stijl, taalgebruik en structuur van het verhaal, om tenslotte af te sluiten met een persoonlijke reflectie, het bredere belang en enkele schrijftips.

De schrijver en zijn achtergrond

Ferdinand Bordewijk, geboren in 1884 te Amsterdam, verhuisde op jonge leeftijd, in 1894, met zijn familie naar Den Haag. Deze stad, met haar burgerlijke maar soms verstikkende atmosfeer, grijpt geregeld in zijn werk in, waar de burgerstand en burgerlijke waarden centraal staan. Bordewijk studeerde rechten aan de universiteit van Leiden, een element dat men ook in “Het vegetarisme van mr. J.P. de Vries” herkent via de juridische achtergrond van de hoofdpersonages.

Na zijn studie werkte Bordewijk als leraar, maar vooral als advocaat. Deze dubbele carrière, zoals vaker bij Nederlandstalige auteurs zoals Elsschot (Alphons de Ridder), gaf hem een scherpe observatievermogen voor intermenselijke dynamieken, macht en wetten. Bordewijk trouwde met Johanna Roepman, een componiste, wat een artistiek element in zijn leven toevoegde, en samen hadden ze één zoon. Die gezinssituatie bracht hem in contact met veelzijdige culturele kringen, wat ook zijn literaire productie beïnvloedde.

Bordewijks literaire carrière begon onder het pseudoniem 'Ton Ven', waarmee hij zijn eerste gedichtenbundel uitgaf. Vroege werken als _Fantastische Vertellingen_ (1919-1924) tonen zijn fascinatie voor het buitenissige en absurde. Later kreeg hij vooral bekendheid met romans als _Blokken_, _Knorrende Beesten_ en _Bint_—werken die stuk voor stuk nieuwe vorm experimenteerden met autoriteit, macht en individualisme. Zijn absolute hoogtepunt is wellicht _Karakter_ (1938), tegenwoordig beschouwd als een van de belangrijkste romans in de moderne Nederlandstalige literatuur.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Bordewijk voorzitter van de Eeraad voor Letterkunde, een commissie die moest oordelen over het morele gedrag van schrijvers tijdens de oorlog, wat zijn invloed in het naoorlogse literaire leven onderstreept. Ook via zijn voorzitterschap van de Jan Campert-stichting, promotor van de Nederlandse letterkunde, en het ontvangen van de P.C. Hooftprijs in 1954, groeide zijn status. Bordewijk overleed in 1968, maar wordt nog steeds gezien als een van de belangrijkste prozaschrijvers van het modernisme in de Lage Landen.

Stilistisch kenmerkt Bordewijk zich meestal door een sobere, krachtige en zakelijke stijl. Zijn verhalen zijn maatschappijkritisch, zonder grote pathos, maar ze bevatten altijd een diep inzicht in menselijke drijfveren en zwakheden.

Het verhaal samengevat

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Herkuleins, een advocaat die een feestje bijwoont met ongeveer zestig andere advocaten. Opmerkelijk is dat het gezelschap volledig uit mannen bestaat, wat typerend was voor het burgerleven uit het begin van de 20ste eeuw en dus herkenbaar voor veel Vlaamse lezers uit oudere generaties.

Het feest verloopt gemoedelijk, er wordt gegeten, gedronken en gepraat. Al snel merkt Herkuleins op dat zijn collega mr. J.P. de Vries met opvallende aarzeling zijn vlees eet. Deze terughoudendheid trekt de aandacht: normaal zou verwacht worden dat mannen in zo’n setting zich vooral joviaal en ongeremd gedragen. Na het feest nemen Herkuleins en de Vries samen een dronken collega, mr. Ristorneman, onder hun hoede en brengen hem naar huis.

Onderweg raken Herkuleins en de Vries aan de praat op een bankje in het park. Hier komt het beslissende gesprek op gang. De Vries vertelt dat hij eigenlijk vegetariër is, wat uitzonderlijk was in die tijd (‘vegetariërs’ werden toen soms met argwaan bekeken, ook in onze Belgische cultuur zijn deze gewoonten pas recent meer ingeburgerd geraakt). Hij legt uit dat deze eetwijze niet het gevolg is van ethische overwegingen, maar veeleer van een traumatische ervaring met een vroegere vriend, Linterbeek. Deze laatste, psychisch fragiel, had Vries eens wijsgemaakt dat ze, als studenten, mensenvlees hadden gegeten: het vlees van een dienstmeid die volgens het verhaal zou zijn gestorven en opgegeten.

Voor de Vries was dat zo schokkend dat hij nooit meer normaal vlees kon eten: telkens hij vlees voor zich ziet, denkt hij aan mensenlijk. Deze ervaring mondde uit in een verstoring van zijn vertrouwen in anderen, en in een poging tot moord door de labiele Linterbeek op hem, wat de psychologische impact vergrootte. Hoewel achteraf blijkt dat de dienstmeid nog leeft, en het verhaal dus een bedrog was, is de psychische schade bij de Vries onomkeerbaar. Zijn vegetariër-zijn is dus niet uit overtuiging, maar uit angst en afschuw. Zijn bekentenis aan Herkuleins bevat de verontrustende zin: “Ooit zal ik echt mensenvlees eten!”, waarmee hij aangeeft hoe diep zijn trauma reikt.

Het verhaal eindigt met verwarring: enerzijds is er de ironie van het bedrog dat een leven volledig op zijn kop zette, anderzijds blijft Herkuleins met een ongemakkelijk gevoel achter over de ware aard van de Vries’ verlangens en angsten.

Thema’s en motieven

Het hoofdthema van _Het vegetarisme van mr. J.P. de Vries_ is het ontstaan van vegetarisme en vooral hoe die beslissing niet noodzakelijk wordt ingegeven door ethische of morele reflectie (zoals tegenwoordig vaker het geval is binnen jonge Vlaamse milieus), maar door een diep persoonlijk trauma. De Vries vermijdt vlees omdat hij de associatie met mensenvlees niet van zich af kan schudden, niet uit medelijden met dieren of zorgen over het milieu.

Hiermee toont Bordewijk iets universeels: menselijke keuzes worden vaak ingegeven door irrationele angsten, ervaringen of bedrog. Het motief van het kannibalisme werkt als katalysator: het idee dat er een grens bestaat tussen mens en dier, tussen ‘gepast vlees’ en het taboe vlees van soortgenoten. Dit motief veroorzaakt afkeer, maar intrigeert ook: het speelt in op de oerangst voor het overschrijden van morele grenzen. Kannibalisme als thema is relatief zeldzaam in de Nederlandstalige literatuur, en roept met recht schokkende reacties op, wat de kracht van Bordewijks vertelling enkel vergroot.

Daarnaast zijn bedrog en misverstanden als motieven belangrijk. Het leugenachtige verhaal van Linterbeek heeft blijvende effecten: hoe een valse beleving (de gedachte iets gruwelijks gegeten te hebben) het leven van een ander totaal kan hervormen. Dit doet denken aan werken als _De Loteling_ van Hendrik Conscience, waar misvattingen ook een leven kunnen bepalen, al is de thematiek daar minder grimmig.

Een ander terugkerend thema is vriendschap en vertrouwen, belicht via de complexe relatie Herkuleins–de Vries. Wanneer het bedrog wordt onthuld, blijft de schade onherstelbaar. Dit benadrukt de kwetsbaarheid van de mens ten aanzien van psychologische invloeden en de onvoorspelbaarheid van gedragsveranderingen.

Tot slot is er, impliciet, de maatschappelijke kritiek op omgang met vlees, hoewel dit in Bordewijks tijd nog geen breed gedragen thema was in Vlaanderen of Nederland. Toch preludeert het op de huidige debatten rond voeding en identiteit, zoals we die vandaag kennen op Vlaamse scholen waar vegetarische alternatieven meer en meer normaal worden.

Stijl en taalgebruik

Wat meteen opvalt in Bordewijks verhaal is het gebruik van archaïsche spelling en woordenschat. Woorden als ‘menschen’, ‘zoo’ en ‘vleesch’ dompelen de lezer direct onder in de sfeer van een vervlogen tijd. Voor leerlingen die niet vertrouwd zijn met deze taal, kan het een uitdaging zijn, maar met aandachtig lezen worden patronen snel duidelijk. Het draagt bij tot het authentieke karakter van het verhaal en de historische geloofwaardigheid.

Bordewijk’s schrijfstijl is bondig en zakelijk, zonder veel opsmuk maar met een bijzonder scherp psychologisch inzicht. Veel wordt niet uitgesproken maar gesuggereerd, waardoor de lezer tussen de regels moet lezen: typisch voor de modernistische en zakelijke Nederlandse letterkunde van het interbellum. De dialogen krijgen een centrale rol—de hele toedracht wordt duidelijk in een gesprek op een bankje. Er zijn weinig uitgebreide beschrijvingen van omgeving of uiterlijk, wat de aandacht volledig op de psychologische ontwikkeling van de personages vestigt.

De tijdsstructuur is bijzonder: het verhaal speelt zich grotendeels af tijdens één feestavond, met uitgebreide flashbacks en terugblikken naar de studententijd, wat zorgt voor een gelaagde beleving. Deze niet-chronologische opbouw verhoogt de spanning: pas gaandeweg ontdekt de lezer de ware oorzaak van het gedrag van de Vries.

Het effect is een constant gevoel van mysterie en psychologische dreiging. De lezer blijft tot het einde op scherp: wat is feit, wat is fictie? In die zin sluit Bordewijk aan bij andere Nederlandstalige modernisten als Willem Elsschot en Paul van Ostaijen, die eveneens met suggestie en onderliggende dreiging werkten.

Bespreking van tijd en structuur

De combinatie van een niet-lineaire vertelling (met een terugblikstructuur) en beperkte tijdsduur (één avondfeest) draagt bij aan de spanningsopbouw. De uiteindelijke onthulling van de oorzaak van de Vries’ vegetarisme wordt zorgvuldig opgebouwd: eerst is er vaagheid, dan de opbouw naar de psychologische climax.

De plaatsen van handeling zijn alledaags—een advocatenfeest en een parkbankje—waardoor de bizarre beleving van het kannibalisme nog vreemder aanvoelt. Dit soort settings zijn herkenbaar: net als in werk van Stijn Streuvels of Louis Paul Boon worden vertrouwde plekken het toneel voor buitengewone gebeurtenissen.

Belangrijk is de functie van de ik-verteller, Herkuleins. Door zijn perspectief krijgt de lezer een betrouwbare, nuchtere blik op het verhaal, zonder zelf volledig in de war te raken zoals de Vries. Herkuleins fungeert als een brug tussen het extreme verhaal en de, doorgaans rationele, lezer.

Conclusie

_“Het vegetarisme van mr. J.P. de Vries”_ laat op indringende wijze zien hoe irrationele ervaringen en psychologische wonden diepgaande invloed kunnen hebben op levenskeuzes. Niet principiële overwegingen maar angst en trauma kunnen tot verregaande gedragswijzigingen leiden. De grens van het mens-zijn, de kracht van bedrog en de impact van psychologische spanning—het zijn allemaal thema’s die Bordewijk op krachtige wijze, in sobere taal en gesuggereerde beelden neerzet.

Persoonlijk vond ik het verhaal verrassend en prikkelend: waar ik verwachtte een eenvoudig pleidooi voor vegetarisme te lezen, werd ik geconfronteerd met een diepere laag over wantrouwen, traumaverwerking en de grenzen van het voorstelbare. Dit geeft een bredere relevantie: het zet aan tot nadenken over waarom wij bepaalde gewoonten volgen, en hoeveel van ons gedrag stoelt op overtuiging dan wel op onbewuste angsten.

Bovendien toont Bordewijk met dit verhaal het potentieel van literatuur: niet om pasklare antwoorden te bieden, maar om mee te denken en te voelen met de complexiteit van het menselijk bestaan—aansluitend bij hedendaagse Vlaamse discussies over voeding, ethiek en identiteit waarin schoolgaande jongeren steeds meer vragen durven stellen bij wat eerst vanzelfsprekend leek.

Literatuur zoals deze is waardevol, omdat ze niet alleen amuseert, maar ook uitdaagt om kritisch te kijken naar eigen keuzes en die van anderen—zoals het eten van vlees, of het aannemen van verhalen zonder ze te verifiëren.

Tips en hints voor het schrijven van het essay

- Gebruik citaten zoals “ooit zal ik echt mensenvlees eten” om je analyse kracht bij te zetten. - Maak telkens verbanden tussen structuur, stijl en inhoud: zie hoe Bordewijks rechtsachtergrond in de advocatenwereld van de vertelling terugkomt. - Begin elke alinea met een kernzin zodat je structuur helder blijft. - Probeer lange opsommingen te vermijden door thema’s aan elkaar te koppelen, zoals tussen vriendschap en wantrouwen. - Gebruik verbindingswoorden als daarnaast, bovendien, tot slot voor leesgemak. - Geef duidelijke reflecties aan het einde, bijvoorbeeld hoe het verhaal aansluit bij jouw eigen kijk op voeding en psychologie. - Wees zorgvuldig met spelling en grammatica, vooral bij archaïsche woorden. - Hou samenvattingen kort maar volledig. Vermijd spoilers in de inleiding, bouw spanning op zoals Bordewijk dat doet.

Met dit essay hoop ik te hebben getoond dat kortverhalen als _Het vegetarisme van mr. J.P. de Vries_ hun tijd ver vooruit waren, niet alleen qua stijl, maar ook qua thematiek. Ze blijven relevant, prikkelend en uitdagend voor de hedendaagse (Vlaamse) lezer.

Voorbeeldvragen

De antwoorden zijn voorbereid door onze leerkracht

Wat is de centrale boodschap van Analyse van vegetarisme bij mr. J.P. de Vries?

De centrale boodschap is dat diepgaande psychologische trauma’s levenskeuzes, zoals vegetarisme, sterk kunnen beïnvloeden, vaak zonder morele of ethische oorsprong.

Welke thema's behandelt Analyse van vegetarisme bij mr. J.P. de Vries?

Belangrijke thema's zijn trauma, bedrog, kannibalisme, vriendschap, vertrouwen en hoe irrationele angsten menselijke keuzes bepalen.

Hoe wordt vegetarisme uitgelegd in Analyse van vegetarisme bij mr. J.P. de Vries?

Vegetarisme ontstaat bij mr. de Vries door een traumatische ervaring en niet uit ethische motivatie, wat uniek is voor het verhaal.

Welke rol speelt Bordewijks schrijfstijl in Analyse van vegetarisme bij mr. J.P. de Vries?

Zijn sobere, zakelijke stijl met archaïsch taalgebruik versterkt de historische sfeer en plaatst de focus op psychologische diepgang.

Op welke manier verschilt Analyse van vegetarisme bij mr. J.P. de Vries van moderne vegetarisme-verhalen?

Het verschil zit in de motivatie: hier wordt vegetarisme voortgedreven door persoonlijk trauma, niet door hedendaagse ethische of milieuredenen.

Schrijf mijn referaat voor mij

Beoordeel:

Log in om het werk te beoordelen.

Inloggen