Het verticale strand: dromen en vrouwelijke identiteit bij Van den Boogaard
Deze opdracht is geverifieerd door onze leerkracht: 16.01.2026 om 12:49
Type huiswerk: Analyse
Toegevoegd: 16.01.2026 om 11:57
Samenvatting:
Het verticale strand: gefragmenteerd verhaal en droommotief tonen hoe vrijheid, verlies en identiteitsstrijd drie generaties vrouwen verbinden. 🌊
Inleiding
Een strand is in wezen een horizon, een lijn waar zee en land elkaar raken en waar de tijd lijkt te vertragen. Maar wat als dat strand rechtop komt te staan — als de vloeiende overgang tussen verleden en heden, tussen generaties, ineens kantelt en breekt? In Oscar van den Boogaards roman *Het verticale strand* (2005) is dit vervreemdende beeld niet zomaar een droommotief: het vormt de sleutel tot het begrijpen van de verscheurde levens van drie vrouwen die elk hun eigen strijd voeren met vrijheid, verlies en erfelijkheid. Van den Boogaard, wiens werk vaak balanceert op de grens van het autobiografische en het universele, plaatst met deze roman opnieuw de zoektocht naar identiteit en autonomie centraal in zijn oeuvre, maar doet dat deze keer vanuit drie generaties vrouwen die door tijd, ruimte en keuzes met elkaar verbonden blijven. De centrale vraag in deze bespreking luidt: Hoe gebruikt Van den Boogaard het motief van de droom en de gefragmenteerde vertelstructuur om veranderingen binnen vrouwelijke identiteiten over generaties heen te tonen? Mijn stelling is dat *Het verticale strand* via meervoudige perspectieven en het terugkerende beeld van ‘kanteling’, meesterlijk aantoont dat vrijheid en verlies onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn in het leven van drie generaties vrouwen. In dit essay worden de structuur en perspectiefkeuzes van de roman geanalyseerd, gevolgd door een bespreking van de belangrijkste personages, de overkoepelende thema’s, symboliek, stijlkenmerken, maatschappelijke ontvangst en mogelijke kritieken. Tot slot wordt er kort stilgestaan bij didactische en verdiepingselementen voor het onderwijs.Korte inhoudelijke situering
*Het verticale strand* verweeft de levens van vrouwen uit drie generaties, die bijna als geestelijke erfgenamen van elkaar functioneren. De roman opent en sluit met een vrouw op leeftijd die teruggetrokken leeft in een statig huis, omgeven door herinneringen en oude geheimen. In het hart van de roman bevinden zich fragmenten uit haar jonge volwassen leven in de jaren ’60, met een scharniermoment in Parijs, en episodes rond haar dochter(s) in een latere periode waarin reizen, vluchten of loskomen centraal staan. Wat telkens terugkeert, is een incident in het verleden dat als een steen in een vijver rimpels veroorzaakt, zodat beslissingen van moeders blijvend doorwerken in dochters. De roman zoomt, via wisselende vertellers en tijdsperspectieven, in op die fragile banden tussen vrouwen die hun eigen weg zoeken, maar telkens teruggekaatst worden naar dezelfde ononderbroken lijn tussen verlangen en ontgoocheling.Structuur en vertelopbouw
Van den Boogaard experimenteert opvallend met de structuur van *Het verticale strand*. De roman volgt geen traditionele chronologie maar schakelt tussen heden en verleden, waardoor het narratief een grillige, haast droomachtige vorm krijgt. De oudere vrouw fungeert als een soort raamverteller; de roman opent én eindigt met haar tijdsgewricht, wat de lezer telkens terugvoert naar hetzelfde vertrekpunt, ondanks alle gedane reizen. Deze kadering onderstreept de cyclische aard van de thematiek: steeds opnieuw komen kwesties van keuzevrijheid, spijt en hoop naar boven, in andere gedaanten.Elk hoofdpersonage krijgt een eigen verhaallijn die fragmentarisch verweven wordt met herinneringen en flashbacks. Er is bijvoorbeeld het verhaal van de oma, die in haar vergane huis worstelt met haar tanende lichaam en onverwerkte verleden; dat van de moeder of tante die rond 1969 een schurend avontuur beleeft in Parijs en geconfronteerd wordt met de grenzen van haar vrijheid; en dat van de jongste generatie, die in het huidige tijdsgewricht eerder zoekt naar manieren om te ontsnappen — via reizen, werk of internet.
Het versnellen en vertragen van het verteltempo is typerend voor de roman. Een opvallende scène waarin de oudste vrouw op een winteravond haar woonkamer overziet en zich, in een vloed van herinneringen, een cruciale dag in Parijs voor de geest haalt, toont hoe heden en verleden voortdurend door elkaar vloeien. De structuur dwingt de lezer om actieven mee te puzzelen, geeft ruimte voor reflectie en benadrukt de thematiek van de erfenis: de gebeurtenissen zijn nooit afgesloten, maar blijven doorsijpelen, generaties lang.
Perspectief en verteltechniek
Op het vlak van verteltechniek kiest Van den Boogaard voor een wisselend, maar consequent vrouwelijk perspectief. Door de roman heen verschuift het brandpunt telkens van de moeder naar de dochter en weer terug, wat een gelaagdheid en ambiguïteit toevoegt aan het verhaal. Deze focalisatie zorgt voor empathie — bijvoorbeeld wanneer we eenzelfde scène beleven vanuit het standpunt van de bejaarde vrouw én vanuit dat van haar dochter — maar benadrukt tegelijk hoe gefragmenteerd en subjectief herinneringen zijn.De verteller is deels alwetend, maar vaak duwt Van den Boogaard de lezer recht in het hoofd van de personages met technieken als vrije indirecte rede en stroom van bewustzijn. We horen niet alleen wat personages zeggen, maar ook hun twijfels, verlangens en schaamtes. Dialogen zijn soms botsend, soms ontwijkend, waardoor de subjectieve beleving van de karakters voelbaar wordt.
Zo kan een pijnlijke ruzie tussen moeder en dochter, waarbij de moeder een scherpe opmerking maakt over het uiterlijk van haar kind, vanuit beide gezichtspunten worden belicht. De dochter voelt bij elk woord de drang om te ontsnappen, terwijl de moeder in haar gedachten juist worstelt met haar eigen onzekerheden. Door die perspectiefwissels worden onderliggende emoties als schaamte en verlangen zichtbaar, en wordt duidelijk hoe misverstanden over generaties heen blijven bestaan.
Personages — drie generaties in analyse
De oudere generatie leeft vooral in het teken van vergane grootheid en spijt. De vrouw in het grote huis, laten we haar Elvire noemen, kijkt terug op haar leven met een bijna beklemmende luciditeit. Haar angsten — lichamelijke aftakeling, het vergeten worden — gaan samen met herinneringen aan een jeugd vol mogelijkheden die nooit helemaal werden benut. Haar kernconflict is dat ze enerzijds vasthoudt aan regels en orde, terwijl ze anderzijds hunkert naar het avontuur waar ze ooit van droomde.De tweede generatie, in de roman belichaamd door bijvoorbeeld dochter Suzanne, leeft op het scherp van de snede tussen traditie en de belofte van de seksuele revolutie. In Parijs, eind jaren ’60, beleeft Suzanne een uitslaande verliefdheid, maar worstelt ze tegelijk met schuldgevoel en verwachtingen rond moederschap en carrière. Haar conflict draait om het zoeken naar een eigen identiteit in een wereld die nog maar net vrouwen loslaat van oude rolpatronen.
De jongste generatie — bijvoorbeeld kleindochter Lise — groeit op in een wereld die schijnbaar grenzeloos is. Lise is mobiel, werkt in het buitenland, surft op internet, maar voelt zich vaak verweesd en verlangt naar houvast. Haar conflict is moderner: hoe combineer ik persoonlijke vrijheid met zingeving en verbondenheid? Zij kijkt met scepsis en ironie naar zowel haar moeder als haar grootmoeder, maar merkt dat ze onbewust dezelfde fouten dreigt te maken.
Wat deze drie vrouwen bindt, zijn niet alleen hun bloedbanden maar ook gedeelde angsten en dromen. De echo’s van onverwerkte trauma’s, verbroken relaties en onuitgesproken verlangens lopen als een rode draad door de familiegeschiedenis. Eenzelfde gebeurtenis — bijvoorbeeld een abrupte vertrek van een man of een onthulling tijdens een reis — wordt door Elvire ervaren als het begin van haar eenzaamheid, door Suzanne als aanleiding tot rebellie, en door Lise als een onbegrijpelijk feit waar ze zich tegen wil wapenen. Zo laat Van den Boogaard zien hoe generatie na generatie dezelfde begrippen — vrijheid, moederschap, verlies — telkens een nieuwe invulling krijgt.
Belangrijke thema’s en interpretatiekaders
Centraal in de roman staat de vraag naar vrouwelijke identiteit: *Wat maakt mij tot wie ik ben?* De personages spiegelen zich voortdurend aan hun uiterlijk, aan verlangens die deels door de buitenwereld gevormd zijn en aan maatschappelijke verwachtingen die, hoewel ze veranderen per tijdvak, telkens druk uitoefenen. In de jaren ’60 worstelt Suzanne bijvoorbeeld met het idee dat seksuele vrijheid zowel bevrijdend als bedreigend kan zijn: haar eerste seksuele ervaring is tegelijk een daad van autonomie en aanleiding tot schaamte en onzekerheid.Seksualiteit en vrijheid zijn innig met elkaar verweven. Seksuele scènes in het boek zijn nooit gratuit, maar tonen hoe vrouwen hun lichaam inzetten als machtsmiddel of onderhandelingsinstrument. Dikwijls botsen ze echter op grenzen — opgelegd door mannen, door ouders, of door hun eigen schuldgevoel. Dit doet denken aan werken van Vlaamse auteurs als Kristien Hemmerechts, waar seksualiteit evenzeer loopplank als valkuil is.
Moederschap en afkomst zijn even onontkoombaar. Keuzes die vrouwen maken rond kinderen krijgen, abortus of afstand nemen, resoneren decennialang door. Kinderen worden soms voorgesteld als onschuldige slachtoffers van beslissingen waar zij geen stem in hadden; tegelijk dragen zij de hoop op een schoon geweten, op een herbegin. Dit thematische spoor sluit in zekere zin aan bij psychologische familieromans als *De buitenkant van meneer Jules* van Diane Broeckhoven, waarin trauma’s en zwijgen als erfelijk worden voorgesteld.
De ruimtelijkheid van de roman — het grote Utrechtse huis, het broeierige Parijs, de anonimiteit van Amerika of het internet — versterkt de symbolische betekenis van ‘ontworteling’. De verhuis van personages tussen kamers, steden en landen verbeeldt de constante zoektocht naar een eigen plek, zowel in fysieke als mentale zin.
Het belangrijkste overkoepelende motief blijft echter dat van ‘de kanteling’. Wanneer het verticale strand in een droom opduikt, markeert het een moment van dreiging of van een mogelijkheid om de dingen anders te zien. De wereld, ooit overzichtelijk, raakt overstuur, zoals het gezinsleven dat plots onherkenbaar wordt door een onverwachte tegenslag. Dit motief weerspiegelt de vaak plotse veranderingen in de positie van vrouwen in de samenleving: wat ooit vanzelfsprekend was, kantelt, soms langzaam, soms onherroepelijk snel.
Om dit alles samen te brengen is een feministische lezing vruchtbaar: de roman toont hoe vrouwen in verschillende tijdvakken telkens opnieuw moeten vechten om hun eigen leven te mogen leiden. Maar narratologisch gezien is ook de gefragmenteerde vorm zinvol: de brokkelige structuur vertaalt het onaffe, het tastende karakter van persoonlijke ontwikkeling en herinnering.
Symboliek en motieven: close readings
Het droombeeld van het verticale strand is hét centrale motief van de roman. Het duikt op cruciale momenten op, vaak voorafgaand aan beslissende keuzes of crisissen: bij Elvire, die vreest haar verstand kwijt te raken; bij Suzanne, die twijfelt aan haar moederschap; bij Lise, wanneer ze een baan verliest. Telkens verschijnt het strand in een droom als onheilspellend, onbegrijpelijk en toch magnetisch. Het strand is niet meer de vertrouwde horizon, maar dreigt hen te verpletteren of te redden. Dit herhaalde motief fungeert als waarschuwing aan de personages: je wereldbeeld kan elk moment instorten.Ook de auto of het ‘geplette voorwerp’ speelt een belangrijke symbolische rol. Een auto die niet meer wil rijden symboliseert verloren autonomie. Voor Lise betekent het verlies van haar auto meteen het verlies van haar vrijheid om zelf te kiezen waarheen te gaan.
Fotografie, in het bijzonder oude zwart-witfoto’s of schilderijen aan de muur, verwijzen naar hoe herinneringen vastgezet maar ook vervalbaar zijn. Het feit dat foto’s verbleken, suggereert dat wie te lang vasthoudt aan het verleden, onvermijdelijk met vervormingen te maken krijgt.
Lichamelijkheid — seks, ziekte, ouderdom — komt in rauwe, soms ongemakkelijke scènes naar voren, maar telkens ook als bron van macht of schaamte. De manier waarop Van den Boogaard hierin alliteratie, herhaling en sterke metaforen inzet, maakt deze passages indringend en poëtisch. Bijvoorbeeld, de beschrijving van een hand over een rug als ‘de wind over een leeggespoeld strand’ echoot het hoofdthema en roept een gevoel van verlatenheid op.
Taal, stijl en toon
De stijl van Van den Boogaard is in deze roman tegelijk gelaagd en direct. Regelmatig wisselt hij tussen korte, nuchtere zinnen die de pijn van personages bijna voelbaar maken, en ritmisch-lyrische passages waarin het verlangen naar ontsnapping of verzoening wordt uitgedrukt (“haar woorden vielen als schelpen op een natte vloer”). Die afwisseling van registers versterkt de emotionele impact.Zijn woordkeuze is expliciet waar het moet, bedekt waar het pijn doet. Seksuele scènes zijn niet verhullend, maar worden nooit sensatiegericht geschreven. Lange zinnen ondersteunen het gevoel van innerlijke monoloog, zeker bij de oudere vrouw die in haar hoofd duizend gedachten tegelijk ordent. Korte zinnen drukken daarentegen isolement of conflict uit, bijvoorbeeld bij een felle confrontatie tussen moeder en dochter.
Letterlijke voorbeelden kunnen hier verhelderend werken: bijvoorbeeld wanneer een personage opmerkt dat ‘elke kamer te groot lijkt voor haar herinnering’ (fictief parafrase), wordt in één zin de leegte en het gemis gekaderd. Stilistisch valt de herhaling van het woord ‘overkant’ op, telkens in andere contexten, wat de zoektocht naar verbinding onderstreept.
Ontvangst en leesbaarheid
*Het verticale strand* paste bij verschijning in 2005 naadloos in het rijtje van maatschappelijk relevante familieromans die populair waren in Nederland en Vlaanderen, maar werd opvallend gemengd onthaald. Waar sommige lezers net genieten van de rijkdom aan associaties en de gedurfde opbouw, vinden anderen het vermoeiend of zelfs verwarrend. Vooral het expliciete karakter van sommige passages en de structurele fragmentatie bleken voor meer behoudende lezers een struikelblok.Voor het onderwijs is de roman interessant omdat hij uiterst geschikt is voor gesprekken over generatieverschillen, verbeelding, verteltechniek én voor een kritische bespreking van de representatie van vrouwen in de literatuur. Tegelijk vereisen sommige passages — met name rond seksualiteit en familiegeheimen — een zorgvuldige didactische aanpak en begeleiding, zeker in het secundair onderwijs.
Mogelijke tegenlezen en weerleggingen
Een frequent gehoorde kritiek is dat de fragmentatie van het verhaal de empathie met de personages afzwakt. Door te veel heen en weer te springen tussen tijdperken en stemmen zou de lezer minder geraakt worden, en blijven plotgebeurtenissen soms te vaag uitgewerkt. Hiertegenover staat het argument dat deze onvolledigheid juist een bewuste esthetische keuze is, die past bij het ervaren van onzekerheid, gemis en onbegrip — thema’s die voor alle personages fundamenteel zijn. De lezer wordt zo aangemoedigd om actief te interpreteren in plaats van lijdzaam te consumeren.Conclusie
*Het verticale strand* is een roman die schuurt, kantelt en blijft nazinderen. Via een complexe, niet-lineaire opbouw, meervoudige vrouwelijke perspectieven en terugkerende droommotieven, toont Van den Boogaard hoe vrijheid en verlies hand in hand gaan, generatie na generatie. De gefragmenteerde structuur en het beeld van het strand dat niet langer horizontaal is, versterken het gevoel van desoriëntatie — maar bieden tegelijk een kans op nieuwe perspectieven, zowel voor de personages als voor de lezer. Misschien is de centrale vraag die de roman openlaat: zijn we in staat de erfenis van vorige generaties te overstijgen of surfen we onherroepelijk verder op dezelfde golven? Deze vraag blijft even actueel, zeker bekeken naast hedendaagse Vlaamse romans over generatie-overdracht en feminisme.---
Praktische schrijfrichtlijnen en examenadviezen
Elke paragraaf start je met een duidelijke hoofdzin, onderbouw je met één à twee voorbeelden uit de roman en sluit je af met analyse en overbrugging naar het volgende punt. Hou citaten kort, leg ze uit, en parafraseer waar het de interpretatie versterkt. Vermijd eindeloze plotbeschrijvingen; gebruik de verhaallijn puur om je punt te onderbouwen.Voor diepgang: raadpleeg interviews met Van den Boogaard, recensies in *De Standaard* of literaire tijdschriften, en theoretische werken over focalisatie (bijvoorbeeld van Mieke Bal) of feministische literatuurkritiek zoals Annelies Verbeke. Stel een leestijdschema op: 30 minuten voorbereiding, 90 minuten schrijven, 30 minuten revisie. Bereid je mondeling voor op drie discussiewaardige citaten uit het boek, en oefen korte samenvattingen van je interpretatie.
Suggesties voor verdere verdieping
- Zoek interviews met Van den Boogaard op, bijvoorbeeld in *Rekto:Verso*. - Lees recensies uit Vlaamse media, zoals *De Morgen* of *Knack*. - Bestudeer basiswerken over narratologie en feministische literatuurkritiek. - Vergelijk *Het verticale strand* met Vlaamse romans als *Vele hemels boven de zevende* van Griet Op de Beeck voor andere verwerkingen van generatieconflicten en vrouwelijke identiteit.---
Checklist voor eindredactie: thesis duidelijk, voorbeelden per paragraaf, logische opbouw, beknopte citaten, bronvermelding, verzorgde stijl en grammatica.
Beoordeel:
Log in om het werk te beoordelen.
Inloggen